fr   nl   en
 
Wetenschappelijke activiteiten
Commissie voor Publicaties en Subsidies
Ethisch Forum
Re-Bel
Statistieken
Fernand Collin-prijs voor Recht
Biermans-Lapôtre Stichting te Parijs
Andere
Te contacteren personen
 

print layout
 

Statistieken




Meer informatie via e-mail




Geschiedenis



Zoals vele initiatieven ontstond deze dienst in opvolging van een probleem. Inderdaad, voorzitter Emile Francqui was niet tevreden met de vage antwoorden die hij kreeg over de kansen tot werkgelegenheid en over de heersende werkloosheid bij de universitair afgestudeerden tijdens de economische crisis van de jaren dertig. Op 4 oktober 1935 besloot hij een gespecialiseerde onderzoekscommissie op te richten. Deze werd belast met een methodisch onderzoek naar de vigerende intellectuele werkloosheid. Hierbij werd vooral rekening gehouden met de effectieve vraag vanuit de arbeidsmarkt naar universitair afgestudeerden in vergelijking met het aanbod. De bedoeling was de redenen op te sporen waarom de universitair afgestudeerden, komende uit bepaalde studierichtingen, moeilijk aangepast werk vonden.

Op het einde van haar werkzaamheden (in december 1935), presenteerde de Commissie haar bevindingen en formuleerde ze een aantal beleidslijnen voor de uitvoering van haar voorstellen. Overeenkomstig de geformuleerde adviezen, riep de Raad van Bestuur een nieuw departement in het leven, met name de "Dienst voor Universitaire Statistiek" (DUS) die op 15 oktober 1936 definitief van start ging.

Het eerste rapport van de DUS, dat van de pers kwam in mei 1937, bevatte statistieken over het totaal aantal inschrijvingen, in het bijzonder de nieuwe eerstejaarsinschrijvingen en het aantal buitenlandse studenten. Ook cijfers over het aantal en de aard van de uitgereikte diploma's werden erin gepubliceerd. Aanvankelijk werden de werkzaamheden van de DUS in twee afdelingen opgesplitst :
  • de documentatiedienst
  • de sociaal-economische voorlichtingsdienst inzake intellectuele tewerkstelling

Laatstgenoemde werd in 1938 opgedoekt ingevolge de oprichting van een gespecialiseerd departement in de schoot van de Nationale Dienst voor Werkgelegenheid en Werkloosheid. De DUS publiceerde tot in 1942 jaarlijks een uitgebreid statistisch overzicht, maar besloot om redenen van veiligheid de publicatie ervan op te schorten tot het einde van de oorlog. Deze voorzorgsmaatregel was erop gericht om de Duitse bezetters de persoonsfiches over onze universitaire jeugd te ontzeggen.

In 1946 hernam de DUS zijn werkzaamheden. Dankzij de nieuwe mecanografische methodes waren de actiemogelijkheden van de DUS aanzienlijk toegenomen. Geleidelijk aan werden nieuwe statistieken toegevoegd aan het aanvankelijk programma inzake registratie en rubricering van de studerende jeugd. De uitbreiding van de werkzaamheden op basis van deze nieuwe methodes had als gevolg dat het Jaarboek meer gedetailleerde gegevens over de studentenbevolking kon publiceren.

In 1959 nam het Ministerie van Nationale Opvoeding het onderzoek van de statistieken voor het secundair onderwijs voor zijn rekening. Sindsdien houdt de Universitaire Stichting zich uitsluitend bezig met de statistieken van het universitair onderwijs op federaal vlak.

Met de recente communautarisering van het universitair onderwijs in ons land rezen er nieuwe problemen. Aangezien de twee Gemeenschappen, met name de Franse en de Nederlandse, alsmede hun rectorale raden - CRef en VLIR - nu verschillende criteria hanteren inzake de codificatie en rubricering van hun studentenbestanden, is de Universitaire Stichting de enige instantie die nog universitaire statistieken publiceert op federaal vlak. Bij de ingewikkelde procedure van harmonisering, d.w.z. bij de omschakeling van de verschillend gerangschikte en gedefinieerde communautaire basisgegevens naar een federale synthese, geniet onze DUS evenwel de collegiale en vlotte medewerking van de betrokken deskundigen uit VLIR en CRef. Voor de informaticabewerking van deze complexe databanken heeft onze DUS de noodzakelijke technologische uitrusting aangeschaft.

Het Jaarverslag van onze Dienst voor Universitaire Statistiek is vanouds een belangrijk werkinstrument. Het is een vaak geconsulteerd basisdocument voor vele gebruikers. Over de jaren heen is het Jaarverslag uitgegroeid tot een onmisbaar werkdocument van de Overheid, van de navorsers geïnteresseerd in universitaire ontwikkeling en van diverse educatieve, politieke, sociale en economische instanties op nationaal en internationaal vlak. De statistische meerwaarde van ons Jaarboek ligt in het feit dat onze DUS een federale synthese levert op basis van gecommunautariseerde databanken.

Als unieke bron van federale gegevens, d.w.z. van universitaire statistieken voor gans het Rijk, is ons Jaarboek een gegeerd referentiedocument, niet alleen voor internationale instanties maar ook voor vele binnenlandse gebruikers.




Actueel



Als gevolg van de hervorming van de Belgische staatsordening, die de overheveling van bijna alle bevoegdheden inzake onderwijs van de Centrale Overheid naar de Gemeenschappen als gevolg heeft, wijken sinds 1993 de jaarverslagen in verscheidene opzichten af van de vroegere jaarboeken. Ook de hervormingen in de structuur van het universitaire onderwijs in beide Gemeenschappen hebben een grondige weerslag gehad op dit jaarverslag.

Deze veranderingen hebben in het bijzonder fundamentele wijzigingen tot gevolg op het niveau van de codificatie, de criteriologie en de voorstelling van de basisgegevens. Wij hebben echter toch getracht een zo goed mogelijke vergelijkbaarheid over de jaren heen te realiseren. Ons federaal Jaarverslag wordt gepubliceerd op basis van de informatie ons geleverd door de Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR) tot het academiejaar 2000-2001, door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Departement Onderwijs (Administratie Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek (AHOWO) - Afdeling Universiteiten - Databank Tertiair Onderwijs) sedert het academiejaar 2001-2002, en door de "Conseil des Recteurs des institutions universitaires francophones" (CRef). ¹


1. Instellingen

Door de gewijzigde institutionele context is het aangewezen de statistieken van de inschrijvingen en van de diploma's te rangschikken volgens het taalkundig regime waartoe de universitaire instelling van de student(e) behoort. Vanaf 1996 werd ook de "Fondation Universitaire Luxembourgeoise" (FUL) opgenomen. Het Universitair Centrum Antwerpen, de Universitaire Faculteiten Sint-Ignatius Antwerpen en de Universitaire Instelling Antwerpen worden als één instelling beschouwd, de Universiteit Antwerpen, vanaf het academiejaar 2001-2002. De Transnationale Universiteit Limburg werd in het academiejaar 2001-2002 opgericht als een samenwerking van het Limburgs Universitair Centrum en de Universiteit Maastricht. In het academiejaar 2004-2005 werd de naam van het Limburgs Universitair Centrum omgezet in Universiteit Hasselt; de "Fondation Universitaire Luxembourgeoise (FUL)" werd vanaf 2004-2005 opgenomen in de "Université de Liège".

Vlaamse universiteiten
  • Katholieke Universiteit Brussel (KUBrussel)
  • Katholieke Universiteit Leuven (KULeuven)
  • Universiteit Hasselt
  • Transnationale Universiteit Limburgs (TUL)
  • Universiteit Antwerpen (UA)
  • Universiteit Gent (UGent)
  • Vrije Universiteit Brussel (VUB)

Franstalige universitaire instellingen
  • Faculté Universitaire des Sciences Agronomiques de Gembloux (FUSAGx)
  • Faculté Polytechnique de Mons (FPMs)
  • Facultés Universitaires Catholiques de Mons (FUCaM)
  • Facultés Universitaires Notre-Dame de la Paix à Namur (FUNDP)
  • Facultés Universitaires Saint-Louis à Bruxelles (FUSL)
  • Fondation Universitaire Luxembourgeoise (FUL)
  • Université Catholique de Louvain (UCL)
  • Université Libre de Bruxelles (ULB)
  • Université de Liège (ULg)
  • Université de Mons-Hainaut (UMH)

Tweetalige universitaire instellingen
  • Koninklijke Militaire School/Ecole Royale Militaire
  • Universitaire Protestantse Theologische Faculteit/Faculté
    Universitaire de Théologie Protestante

De cijfergegevens van de tweetalige universitaire instellingen zijn sinds 1993 ondergebracht in de bijlage.

In dit jaarboek ontbreken de gegevens van de Koninklijke Militaire School. Het was voor deze instelling niet mogelijk de gegevens voor het academiejaar 2005-2006 (diploma's 2004-2005) te bezorgen. Indien we volgend jaar deze gegevens beschikbaar hebben, zullen ze in het volgend Jaarboek opgenomen worden om de continuïteit van de statistieken te verzekeren.


2. Studiedomeinen

De classificatie van de studies geschiedt per sector, per studiedomein en per categorie. Een aantal domeinen werden uitgesplitst t.o.v. de rapporten 1993, 1994 en 1995 (bijvoorbeeld Rechten en criminologie, Geneeskunde en tandheelkunde). Een aantal nieuwe domeinen werden toegevoegd (zoals Biomedische wetenschappen en Sociale gezondheidswetenschappen).


De huidige classificatie ziet er als volgt uit :

Humane wetenschappen
  • Humane wetenschappen algemeen
  • Religieuze wetenschappen
  • Wijsbegeerte en moraalwetenschappen
  • Taal- en letterkunde
  • Geschiedenis
  • Kunstwetenschappen en archeologie
  • Rechten
  • Criminologie
  • Psychologische en pedagogische wetenschappen
  • Economische en toegepaste economische wetenschappen
  • Politieke en sociale wetenschappen

Wetenschappen, toegepaste wetenschappen en toegepaste biologische wetenschappen
  • Wetenschappen algemeen
  • Wetenschappen
  • Toegepaste wetenschappen
  • Toegepaste biologische wetenschappen

Medische wetenschappen
  • Medische wetenschappen algemeen
  • Geneeskunde
  • Tandheelkunde
  • Farmacie
  • Diergeneeskunde
  • Kinesitherapie
  • Lichamelijke opvoeding
  • Biomedische wetenschappen
  • Sociale gezondheidswetenschappen

De classificatie in deze statistieken stemt formeel niet volledig overeen met de indeling in studiedomeinen zoals gebruikt in de decreten op het universitair onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap (decreet van 4 april 2003, met latere wijzigingen) en het decreet op het universitair onderwijs in de Franse Gemeenschap (decreet van 31 maart 2004, met latere wijzigingen). Dit was trouwens reeds het geval sedert de overheveling van de onderwijsbevoegdheid naar de Gemeenschappen. De verschillen tussen de indelingen in studiedomeinen werden nog versterkt door bovenvernoemde decreten die overeenstemmen met de Bologna-hervorming. We hebben er in onze statistieken naar gestreefd een inhoudelijk coherente indeling te gebruiken die toelaat
  • een vergelijkbaarheid te realiseren tussen de statistische gegevens in de loop van de jaren,
  • een vergelijkbaarheid te realiseren tussen de statistische gegevens voor de Vlaamse en de Franse Gemeenschap.


3. Studiecategorieën

Een ander aspect heeft te maken met de indeling van de studenten en de diploma's per "categorie". Hierin onderscheiden we zes verschillende categorieën van studie :

a. een academische opleiding van de eerste (basis)cyclus,
b. een academische opleiding van de tweede (basis)cyclus,
c. academische initiële lerarenopleiding (de vroegere aggregatie voor het onderwijs),
d. doctoraatsopleiding,
e. doctoraat,
f. aanvullende en specialisatiestudies (voortgezette academische opleiding).

DDe criteriologie van deze indeling is niet altijd gelijkaardig in de twee taalregimes. Een harmonisering die rekening houdt met de feitelijke eigenheid van de twee populaties, leek ons de meest geschikte oplossing.

De reeds vernoemde decreten betreffende de zogenaamde Bologna-hervormingen in het universitaire onderwijs hebben eveneens de duur en de benaming van de eerste en tweede cyclus gewijzigd. Waar tot 2004 voor de meeste opleidingen de duur van de eerste cyclus 2 jaar bedroeg, met uitzondering van de opleidingen geneeskunde en diergeneeskunde met een eerste cyclus van 3 jaar, wordt vanaf 2004-2005 de duur van de eerste cyclus veralgemeend tot 3 jaar. Dit betekent dat vanaf 2006-2007 een grote groep studenten in het derde jaar universitaire studie, als eerste cyclus aangerekend wordt en niet meer als tweede cyclus. De duur van de tweede cyclus wordt voor veel opleidingen waarvan de duur van de eerste cyclus met 1 jaar wordt verlengd, met 1 jaar ingekort. Voor andere opleidingen wordt de tweede cyclus niet ingekort, zodat de studieduur, over de twee cycli gerekend, met één jaar wordt verlengd. Dit laatste is vooral het geval in de Franse Gemeenschap, waar alle studies met een vroegere studieduur van vier jaar een studieduur van vijf jaar krijgen, terwijl in de Vlaamse Gemeenschap daarentegen wel éénjarige masters blijven bestaan. Hiermee moet rekening gehouden worden bij de vergelijking van de studentenaantallen over de jaren heen.

Zo ook wordt de benaming van de diploma's van de eerste cyclus omgezet van kandidaat/candidat in bachelor/bachelier. De benaming van de diploma's van de tweede cyclus wordt dan algemeen aangeduid als master. Ook voor de aanvullende en gespecialiseerde studies wordt als diplomabenaming 'master' aangewend, of meer expliciet 'master-na-master' in de Vlaamse Gemeenschap en 'master complémentaire' in de Franse Gemeenschap. Door de omvorming van de tweejarige cycli van twee jaar (kandidaat/candidat) naar drie jaar (bachelor), verkrijgen de studenten die de eerste cyclus aanvangen in 2004, ten vroegste hun diploma van de eerste cyclus in 2007, en niet na 2 jaar. Hierdoor zal éénmalig (in 2006) het aantal afgeleverde diploma's in 2006 sterk verminderen ten opzichte van de vorige en de volgende jaren. Met deze veranderingen moet rekening gehouden worden bij de vergelijking van de studentenaantallen en het aantal afgeleverde diploma's over de jaren heen.

MMen zal ook opmerken dat de gegevens betreffende de inschrijvingen en de diploma's in de specialisatiestudies voor artsen in de gegevensbank van de CRef opgenomen werden, en dus ook in dit Jaarverslag. In de databank van de VLIR, respectievelijk databank Tertiair Onderwijs van het Departement Vlaams Onderwijs, is dit niet het geval. Inderdaad, in het Vlaams decreet op het universitair onderwijs werden de specialisatiestudies die erkend zijn door het RIZIV, niet opgenomen bij de academische opleidingen. Deze gegevens zijn bijgevolg ook niet weergegeven in ons Jaarboek.

Enkel de studenten die regelmatig zijn ingeschreven in een studieprogramma zijn opgenomen. De categorie "Navorsers en afzonderlijke vakken", evenals de categorie van deelnemers aan lessenreeksen in het kader van permanente vorming komen niet in dit Jaarverslag voor

Teneinde de lectuur van dit rapport te vergemakkelijken, worden in de gedetailleerde tabellen waarin de inschrijvingen en diploma's figureren, de subtotalen als volgt weergegeven :
- de studiegroep;
- het studiedomein;
- de studiecategorie.

Vanaf het jaarboek 1996 worden geen details meer gegeven per studie-subdomein noch per studiejaar. Nu worden geaggregeerde cijfers bezorgd per studiedomein en -categorie.

Als definitie van een generatiestudent werd, vanaf het jaar 2001-2002, volgend criterium gehanteerd : voor de Vlaamse universiteiten is een generatiestudent een student die voor het eerst ingeschreven is in het eerste jaar van een basisopleiding in het Vlaams hoger onderwijs en op 1 februari nog is ingeschreven. Voor de Franstalige instellingen is een generatiestudent een student die voor de eerste maal is ingeschreven in een eerste jaar van de eerste cyclus aan een Belgische universiteit. Deze definitie gold ook voor de Vlaamse studenten tot in ons jaarboek 2001.

U kan het jaarboek of de cijfergegevens bekomen mits schriftelijke aanvraag. Vanaf het academiejaar 2001-2002 kunnen de gegevens ook elektronisch geraadpleegd worden door het aanklikken van het gewenste academiejaar bovenaan deze bladzijde.

Eric DE KEULENEER Prof. Jacques WILLEMS
Gedelegeerd bestuurder van de US Voorzitter van de US




Dit Jaarverslag van de Dienst voor de Universitaire Statistiek werd gepubliceerd met medewerking van :
  • Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs en studietoelagen: de heer Wim Leybaert, wnd. administrateur-generaal - de heer Wim De Pelsemaeker
  • CRef : mevrouw E. Kokkelkoren en de heer B. Van de Venne
  • Universitaire Protestantse Theologische Faculteit : mevrouw A. Joué

Coördinatie : mevrouw H. Garmyn (Universitaire Stichting)

Technische ondersteuning : de heer J. Paesen


Universitaire Stichting, Egmontstraat 11, B-1000 Brussel
Tel. +32/2/545 04 20 – Fax +32/2/513 64 11 – FU.US@universityfoundation.be – www.universitairestichting.be

¹ Sinds de communautarisering van het universitair onderwijs publiceren de VLIR, respectievelijk het Departement Vlaams Onderwijs, en de CRef, per Gemeenschap, hun eigen statistisch jaarboek. Deze publicaties zijn te verkrijgen op de volgende adressen :


Afdeling Informatie en Documentatie CRef
van het departement Onderwijs Egmontstraat 5
Cel publicaties Onderwijs 1000 BRUSSEL
Hendrik Consciencegebouw Tel. 02/504 93 00
Koning Albert II-laan 15http://www.cref.be
1210 BRUSSEL
Tel. 02/553 66 53 / Fax. 02/553 66 54
onderwijspublicaties@vlaanderen.be
www.ond.vlaanderen.be/publicaties

VLIR (tot in 2001)
Egmontstraat 5
1000 BRUSSEL

Tel. 02/792 55 00
http://www.vlir.be